onderzoek

Systematische review naar de prevalentie van detransitie (2025)

Systematische review (Journal of Sexual Medicine, 2025) analyseert detransitiecijfers. Tussen 1 en 10 procent van mensen die een medisch transitietraject.

Deze systematische review uit 2025, gepubliceerd in het Journal of Sexual Medicine, brengt de internationale literatuur over detransitie samen. Detransitie verwijst hier naar het stoppen, terugdraaien of bijstellen van een eerder ingezet medisch genderbevestigend traject. Tot mei 2024 werden vijftien observationele studies geincludeerd, met in totaal 3804 kinderen en adolescenten en 3270 volwassen deelnemers. De auteur volgde de PRISMA-richtlijn en beoordeelde studies op methodologische kwaliteit.

Bevindingen

De gerapporteerde percentages lopen sterk uiteen tussen studies. Verschuivingen in de behandelvraag voor het feitelijk starten van een medische ingreep schommelen tussen 0,8 en 7,4 procent. Het stoppen van puberteitsremmers (GnRHa) wordt gerapporteerd tussen 1 en 7,6 procent. Het stoppen van cross-sekshormonen ligt tussen 1,6 en 9,8 procent. In de discussie over detransitie wordt vaak gesproken over een bandbreedte van 1 tot 10 procent, en die wordt door deze review bevestigd.

Methodologische kanttekeningen

De brede spreiding is geen toevalsbevinding maar het gevolg van structurele verschillen tussen studies. Onderzoeken gebruiken uiteenlopende definities van detransitie: sommige tellen alleen mensen die het hormonale traject formeel staken via de behandelend kliniek, andere tellen ook mensen die zelfstandig stoppen of die hun genderidentiteit opnieuw heroverwegen. De follow-up duur verschilt eveneens fors; vroege studies over volwassenen met decennia follow-up zijn niet vergelijkbaar met recente studies onder adolescenten met enkele jaren observatie.

Het belangrijkste probleem blijft loss-to-follow-up. Wie de behandeling stopt, komt vaak niet terug naar de genderkliniek. Klinieken die uitsluitend hun eigen registratie gebruiken meten daardoor systematisch een te lage detransitieprevalentie. Studies die deelnemers actief opzoeken of via brede patientenpanels werven vinden hogere cijfers.

Conclusies

De auteur concludeert dat detransitie onvoldoende is onderzocht en dat langetermijn-follow-up dringend noodzakelijk is. Voor de adolescentenpopulatie, waar de afgelopen jaren een sterke stijging van behandelvragen is geregistreerd, ontbreken nog vrijwel volledig studies met follow-up van tien jaar of langer.

Implicaties voor zorgbeleid

Voor de Nederlandse situatie betekent dit dat het Dutch Protocol en de zorg in de Genderpoli niet kan steunen op een kortdurende klinische registratie alleen. Een serieus monitoringssysteem moet ook patienten volgen die het contact verbreken, moet expliciete operationele definities hanteren, en moet voldoende lang doorlopen om late detransities te detecteren. Zonder dat blijft de discussie tussen behandelaars en kritische artsen vastlopen op cijfers die om methodologische redenen niet vergelijkbaar zijn.