20 november 2025
DARE-studie: het grootste onderzoek ooit naar detransitie identificeert vier paden
De DARE-studie (MacKinnon, York University, november 2025) ondervroeg 957 detransitioners in de VS en Canada en identificeerde via latente klasse-analyse vier paden naar detransitie. De grootste groep stopte vanwege psychische klachten en een veranderd zelfbeeld en was weinig tevreden over de behandeling; andere groepen stopten vooral door discriminatie of drempels in de zorg.

Twijfel je, heb je spijt, letsel of ben je aan het detransitioneren?
Neem vertrouwelijk contact opIn november 2025 publiceerde Kinnon MacKinnon van York University (Toronto) de resultaten van de DARE-studie in het tijdschrift Archives of Sexual Behavior. Het is het grootste kwantitatieve onderzoek naar detransitie dat tot nu toe is uitgevoerd: 957 deelnemers, afkomstig uit de Verenigde Staten en Canada.
Wat de DARE-studie meet
De DARE-studie (Detransition and Retransition Experiences) gebruikte latente klasse-analyse om patronen te identificeren in de ervaringen van detransitioners. In plaats van een gemiddelde te berekenen over alle deelnemers, zoekt deze methode naar onderliggende groepen die intern coherent zijn — mensen die op meerdere dimensies tegelijk op elkaar lijken.
De analyse, op basis van de redenen die deelnemers opgaven, identificeerde vier onderscheiden klassen (bron):
Klasse A — psychische klachten en veranderde identiteit (316 deelnemers)
De grootste groep, voor 89,9% bij de geboorte als meisje geregistreerd (AFAB), noemde vooral psychische gezondheid en een veranderd zelfbeeld als reden, en was vrij ontevreden over de behandeling. Slechts 14,6% identificeert zich nog als transgender of genderdivers. Verhalen als die van Clementine Breen en Isabelle Ayala passen bij dit patroon.
Klasse B — veranderde identiteit, tevreden over de behandeling (186 deelnemers)
Deze groep (87,1% AFAB) detransitioneerde vooral omdat het zelfbeeld veranderde, maar was redelijk tevreden over de eerdere behandeling; 62,4% identificeert zich nog als transgender of genderdivers.
Klasse C — discriminatie en relaties (182 deelnemers)
Hier speelden discriminatie en druk uit de omgeving de grootste rol; 62,3% identificeert zich nog als transgender of genderdivers.
Klasse D — discriminatie en drempels in de zorg (273 deelnemers)
Deze groep, met relatief meer mensen die bij de geboorte als jongen geregistreerd zijn, stopte vooral door discriminatie en moeite om zorg te krijgen; 95,3% identificeert zich nog als transgender of genderdivers.
In alle vier de groepen had 63 tot 66% een medische transitie ondergaan.
Spijt en tevredenheid
De auteurs concluderen dat detransitie door meerdere factoren tegelijk wordt gedreven en kan samengaan met spijt, maar ook met tevredenheid over eerdere beslissingen. Klasse A, met de meeste ontevredenheid over de behandeling, is de groep die het meest kwetsbaar was op het moment van behandeling.
Wat de studie zegt over het zorgmodel
De vier klassen hebben verschillende behoeften. Klasse A vraagt om preventie: betere diagnostiek voordat onomkeerbare behandelingen worden gestart. Klassen C en D laten zien dat ook discriminatie en drempels in de zorg tot detransitie leiden. De auteurs pleiten voor betere conceptuele kaders en vervolgonderzoek.
De studie sluit aan bij wat de Cass Review (2024) concludeerde: het bewijs voor medische behandeling van jongeren is zwak en kwetsbare patiënten verdienen een brede beoordeling. Zie ook de internationale beleidsomslag.
Schaal en representativiteit
Met 957 deelnemers is de DARE-studie significant groter dan eerdere kwantitatieve onderzoeken naar detransitie. Ter vergelijking: de studie van Littman (2018) over ROGD analyseerde 256 dossiers via ouderrapportages; de studie van Vandenbussche (2022) had 237 deelnemers. De DARE-studie is de meest omvangrijke directe enquête onder detransitioners die tot nu toe is uitgevoerd.
Beperkingen: de studie gebruikt zelfrapportage en werft via online netwerken. Dat kan leiden tot selectiebias — mensen die actief in detransitie-gemeenschappen participeren, zijn mogelijk vaker degenen met hoge spijt. MacKinnon erkent dit in het artikel en roept op tot aanvullend longitudinaal onderzoek.
Implicaties voor de praktijk
De bevinding dat de grootste groep detransitioners stopte vanwege psychische klachten en een veranderd zelfbeeld, en weinig tevreden was over de behandeling, heeft directe implicaties voor het debat over genderzorg bij jongeren. In de VS zijn inmiddels 27 staten overgegaan tot een wettelijk verbod op medische genderbehandelingen bij minderjarigen, bekrachtigd door het Hooggerechtshof in United States v. Skrmetti (2025).
Bronnen:
Transspijt








