cijfers

1 juni 2023

Cohn: tussen gendertransitie en spijt ligt gemiddeld zo'n acht jaar (2023)

In een commentaar in Archives of Sexual Behavior (2023) wijst J. Cohn op het Zweedse onderzoek van Dhejne e.a. (2014): tussen een geslachtsoperatie en het verzoek om terug te keren lag gemiddeld ongeveer acht jaar. Cohortstudies met een follow-up van 3-5 jaar missen daardoor structureel een groot deel van de latere spijt. Het lijkt een laag aantal spijt, maar het is te vroeg gemeten.

Cohn: tussen gendertransitie en spijt ligt gemiddeld zo'n acht jaar (2023)

Twijfel je, heb je spijt, letsel of ben je aan het detransitioneren?

Neem vertrouwelijk contact op

In Archives of Sexual Behavior (2023) wees J. Cohn in een commentaar op een punt dat voor het transspijt-debat methodisch fundamenteel is: in het Zweedse onderzoek van Dhejne e.a. (2014) lag er gemiddeld ongeveer acht jaar tussen een geslachtsoperatie en het verzoek om terug te keren (bron).

Wat dat voor cohortstudies betekent

Veel klinische cohortstudies — waaronder een groot deel van de studies die de "officiële" spijtcijfers van 0,3–1% leveren — meten patiënten op één tot vijf jaar na de behandeling. Als spijt gemiddeld pas na zo'n acht jaar zichtbaar wordt, is dat veel te vroeg. Wie op één jaar meet, mist statistisch gezien vrijwel alle toekomstige spijt. Wie op vijf jaar meet, mist de meerderheid.

Waarom acht jaar?

Spijt bij grote levensbeslissingen vergt verwerking. Bij gender-transitie gaat het om:

  • Het accepteren dat fysieke veranderingen onomkeerbaar zijn — vaak pas evident jaren na operatie.
  • Het langdurig leven met medicatie en haar bijwerkingen — die zich opbouwen.
  • Het ontdekken van impact op fertiliteit en seksuele functie — die zich pas in volwassen relatievorming manifesteert.
  • De ontwikkeling van het brein — voor wie als minderjarige begon, komt volwassen reflectie pas in de twintig.
  • Het gewicht van de keuze om dissident te worden van de gemeenschap die de identiteit affirmeerde.

De combinatie van deze factoren maakt acht jaar geen abstracte gemiddelde, maar een logisch verwerkingstraject.

De praktische conclusie

Alle klinische studies met follow-up onder de acht jaar leveren systematisch onderwaardeerde spijtcijfers. Dat geldt voor het Dutch Protocol-onderzoek en voor de meeste data die in beleidsdocumenten worden geciteerd. Het is geen reden om deze studies te negeren — wel om hun spijtcijfers met de juiste statistische voorbehoud te lezen.

Aansluiting bij onafhankelijke surveys

Het helpt ook verklaren waarom onafhankelijke enquêtes onder detransitioners — bijvoorbeeld het Littman 2021-onderzoek — mensen bereiken die hun behandeling jaren eerder hadden, en die in kliniekstudies met een korte follow-up niet in beeld komen.

Wat dit voor de Nederlandse zorg betekent

Volgens ons hoort deze tijdsfactor expliciet in de informed consent thuis. Een patiënt heeft het recht te weten dat de huidige spijtcijfers structureel te laag zijn omdat ze te vroeg gemeten worden. Voor de Nederlandse schatting van Hermes Postma bij Voorzij (mogelijk 33% spijt) levert dit een methodische verklaring waarom dit cijfer hoger ligt dan in kliniek-data.


Bronnen:

  • Cohn, J. "Some Limitations of 'Challenges in the Care of Transgender and Gender-Diverse Youth: An Endocrinologist's View'." Archives of Sexual Behavior, 2023.
  • Stats for Gender — overzicht. statsforgender.org