analyse

1 februari 2025

Het verdrongen homoseksualiteitspatroon: hoe homoseksuele en biseksuele jongeren in de transitiepijplijn terechtkomen

Meerdere onderzoeken en tientallen individuele verhalen tonen een patroon: homoseksuele en biseksuele jongeren, met name jongens, die via een transgenderidentiteit hun seksuele geaardheid proberen te ontlopen. De Cass Review benoemde het. De vraag is waarom dit politiek zo gevoelig ligt.

Het verdrongen homoseksualiteitspatroon: hoe homoseksuele en biseksuele jongeren in de transitiepijplijn terechtkomen

Twijfel je, heb je spijt, letsel of ben je aan het detransitioneren?

Neem vertrouwelijk contact op

In de discussie over genderzorg is er een patroon dat politiek ongemakkelijk is, maar empirisch consistent terugkeert: een deel van de mensen die transitioneert en later detransitioneert, blijkt homoseksueel of biseksueel te zijn. Ze transitioneerden niet omdat ze werkelijk een verkeerd geslacht hadden — ze transitioneerden omdat ze hun seksuele geaardheid niet konden accepteren.

Het patroon in de onderzoeksdata

De Cass Review (2024) wijst erop dat in de oudere studies de meeste kinderen bij wie de genderincongruentie niet aanhield, als volwassene homo- of biseksueel bleken. De review hoorde ook verhalen van jongeren die pas later inzagen dat zij niet trans waren maar op hetzelfde geslacht vielen. En in het onderzoek van Littman (2021) noemde 23 procent van de detransitioners homofobie of moeite met het accepteren van de eigen homo- of biseksualiteit als reden voor transitie en detransitie (bron).

De verhalen op dit platform

Het patroon is zichtbaar in meerdere verhalen: Ritchie Herron (een homoseksuele man die werd gecastreerd), Teiresias (een Nederlandse man die vanwege niet-acceptatie van zijn homoseksualiteit transitioneerde), Aleksa Lundberg en Ollie Davies. De documentaire "Detransitioners: A European Tragedy" (2025) vertelt vier Europese verhalen — alle vier personen zijn homo- of biseksueel.

Waarom dit zo politiek gevoelig ligt

Het patroon roept herinneringen op aan werkelijke conversietherapie. Maar het impliceert ook dat een deel van de genderzorg de facto heeft gefunctioneerd als conversietherapie — dat homoseksuele mensen, met name jongens, via het transgendercircuit zijn omgeleid in plaats van begeleid bij acceptatie. Die conclusie is politiek explosief.

Het onderscheid dat verloren ging

In de vroege transgenderzorg werd een onderscheid gemaakt tussen vroeg-onset en laat-onset genderdysforie. Juist bij kinderen met een vroeg begin bleek de overlap met homoseksualiteit groot: de meesten van hen werden als volwassene homo- of biseksueel (bron). Naarmate de jaren 2010 vorderden, verdween dit onderscheid uit de klinische praktijk.


Bronnen:

  • Dhejne, C. et al. (2011). Long-Term Follow-Up of Transsexual Persons. PLOS ONE. plos.org
  • Cass Review (2024). Final report.