Deel 4 van 6
Verweer van de behandelaar — en hoe het kan worden gepareerd
Wat zal een kliniek aanvoeren in een tuchtklacht of civiele procedure? De verweerargumenten zijn voorspelbaar — en lang niet altijd sterk.
Wat zal een behandelend arts of kliniek aanvoeren in een tuchtklacht of civiele procedure? De verweerargumenten zijn voorspelbaar — en lang niet altijd sterk. Vijf standaardverweren, en wat ertegenin valt te brengen.
Verweer 1: "Wij volgden de Nederlandse richtlijn"
Een richtlijn is geen vrijbrief. Wanneer internationaal substantieel afwijkende inzichten bestaan en de richtlijn niet is meegegaan met die ontwikkeling, ontstaat een zelfstandige plicht voor de individuele beroepsbeoefenaar. Een arts die zich uitsluitend beroept op een richtlijn die door het buitenland — én door eigen Nederlandse onderzoekers — wordt bevraagd, kan worden tegengeworpen dat een redelijk bekwaam vakgenoot dat signaal niet zou negeren.
De Hoge Raad heeft dit punt herhaaldelijk onderstreept: een richtlijn is hulpmiddel, geen exoneratie. Zie verder deel 1 — het internationale kantelpunt.
Verweer 2: "Patiënt en ouders hebben getekend"
Toestemming is alleen rechtsgeldig wanneer zij is gebaseerd op volledige en eerlijke informatie. Een handtekening op een formulier is geen bewijs van geldige toestemming als de onderliggende informatie tekortschoot. De patiënt moet een schending van de informatieplicht aannemelijk maken, maar de arts moet gemotiveerd aangeven welke informatie is gegeven (verzwaarde stelplicht). (bron)
Bij minderjarigen is dit verweer extra wankel: het kind is de patiënt, en het kind draagt de gevolgen levenslang. Een handtekening van ouders maakt een onvoldoende geïnformeerd kind niet alsnog wilsbekwaam — zie ook de discussie rond art. 7:450 BW.
Verweer 3: "De WPATH SOC-8 is de internationale standaard"
De WPATH-richtlijn is in 2024 in opspraak gekomen door de zogenoemde WPATH Files: interne berichten over de praktijk van WPATH-leden. Daarnaast meldde The BMJ dat onderzoekers van Johns Hopkins, die voor WPATH systematische reviews uitvoerden, schreven dat de opdrachtgever hun publicatiemogelijkheden probeerde te beperken; WPATH ontkende dat (bron). Uit rechtbankstukken bleek bovendien dat politieke druk meespeelde bij het schrappen van de leeftijdsgrenzen (bron).
Daarmee is de status van SOC-8 als onafhankelijke wetenschappelijke "gouden standaard" ernstig beschadigd. Beroep op WPATH ontslaat een Nederlandse arts niet van eigen kritische toetsing.
Verweer 4: "Niet behandelen is óók schadelijk — suïciderisico"
Dit argument wordt frequent ingezet en is emotioneel krachtig: zonder behandeling zou de patiënt suïcidaal worden. De Cass Review en eerdere analyses laten zien dat de claims over suïciderisico oversimplificaties zijn. Goed methodologisch onderzoek toont géén significant effect van puberteitsremmers of hormonen op suïcidaliteit (zie ook Carmichael 2021 en de Finse data).
Het argument schiet dus zowel feitelijk als juridisch tekort: het kan een informatieplicht of zorgvuldigheidsnorm niet opzijzetten. Bovendien: ouders die met het beeld "wilt u een levende zoon of een dode dochter?" onder druk zijn gezet, beschrijven dat in meerdere landen als een terugkerend beïnvloedingspatroon — zie ons artikel over de suïcidemythe.
Verweer 5: "De stand van de wetenschap rechtvaardigde het destijds"
Hier wordt het tijdsaspect cruciaal. Het ex tunc-criterium (toetsing aan wat destijds bekend was) is een geldig juridisch principe. Maar de relevante vraag wordt dan: vanaf welk moment behoorde de arts beter te weten?
Voor behandelingen in 2018 ligt dat anders dan voor behandelingen in 2024. Vanaf het verschijnen van de NICE evidence reviews in 2020 is het beroep op onbekendheid steeds zwakker geworden. Vanaf de Cass Review en het Amsterdamse zelf-artikel in 2024 is dat beroep nauwelijks meer houdbaar.
De internationale precedenten staan er al
In het Verenigd Koninkrijk heeft Keira Bell — een vrouw die als minderjarige puberteitsremmers, vervolgens testosteron en uiteindelijk een mastectomie kreeg en die later detransitioneerde — een procedure aangespannen tegen de Tavistock-kliniek. In eerste aanleg won zij; in 2021 vernietigde het Court of Appeal die uitspraak, omdat het niet aan de rechter was om per leeftijd algemene uitspraken over wilsbekwaamheid te doen (bron). De discussie die de zaak losmaakte, droeg wel bij aan de latere beleidswijziging van de NHS. Daarnaast kondigde advocatenkantoor Pogust Goodhead in 2022 een groepsvordering tegen de Tavistock-kliniek aan, waarvoor het minstens 1.000 cliënten verwachtte (bron).
In de Verenigde Staten loopt op het moment van schrijven (2026) een groeiend aantal civiele procedures van detransitioners tegen klinieken en behandelaars (bron). De juridische strategieën draaien centraal om informed consent en het niet adequaat informeren over experimenteel karakter, onomkeerbaarheid en risico's.
Patroon in de verweren
Vier van de vijf verweren leunen op autoriteit (richtlijn, WPATH, ouder-handtekening, vroegere wetenschap). Het vijfde — suïciderisico — leunt op een onbewezen feit. Alle vijf zijn vatbaar voor weerlegging op grond van actuele literatuur en juridische beginselen. Het verweer dat het waarschijnlijk wél standhoudt — "de patiënt zou óók bij volledige informatie hebben gekozen" — is een feitelijke discussie die per casus moet worden gevoerd.
→ Volgende: Wat een arts vandaag te doen staat.
Transspijt