1 april 2025
Lewis e.a.: meer depressie en angst na genderoperatie in groot Amerikaans cohort van 107.000 patiënten (2025)
De studie van Lewis e.a. in The Journal of Sexual Medicine (2025) vergeleek in een Amerikaanse database van 107.000 volwassenen met genderdysforie patiënten met en zonder genderbevestigende operatie. Bij mannen met een operatie kwam depressie voor bij 25,4% tegen 11,5% zonder operatie, angst bij 12,8% tegen 2,6%. Bij vrouwen was het patroon vergelijkbaar. Conclusie van de auteurs: een operatie hangt samen met een significant hoger risico op depressie, angst, suïcidale gedachten en middelengebruik.

Twijfel je, heb je spijt, letsel of ben je aan het detransitioneren?
Neem vertrouwelijk contact opIn The Journal of Sexual Medicine (2025) publiceerden Lewis, Patterson, Effirim en collega's een grote database-studie naar mentaal welzijn na genderbevestigende operatie: meer dan 107.000 volwassenen met genderdysforie.
De methode
De auteurs vergeleken individuen die een genderbevestigende operatie ondergingen met individuen die dat niet deden, gecorrigeerd voor leeftijd, ras en etniciteit. Binnen een follow-up periode van twee jaar werd het percentage met depressie, angst, suïcidale ideatie en middelengebruiksstoornissen vergeleken.
De resultaten — mannen
De cijfers vergelijken patiënten mét operatie met vergelijkbare patiënten zónder operatie — geen metingen vóór en na bij dezelfde personen (bron).
- Depressie: 11,5% (zonder operatie) → 25,4% (met operatie).
- Angst: 2,6% → 12,8% — bijna vijf keer zo vaak.
De resultaten — vrouwen
- Depressie: 14,6% → 22,9%.
- Angst: 7,1% → 10,5%.
Bij feminiserende operaties zagen de onderzoekers bovendien een verhoogd risico op depressie en middelengebruik.
De kernconclusie van de auteurs
De auteurs concluderen dat wie een genderbevestigende operatie onderging "significantly higher risk for depression, anxiety, suicidal ideation, and substance use disorders" had dan wie dat niet deed. Het gaat om een verband, niet om een bewezen oorzaak; de auteurs wijzen zelf op niet-gemeten factoren zoals sociale steun. Toch staat de uitkomst haaks op de gangbare claim dat dergelijke operaties het psychisch welzijn verbeteren.
Methodisch sterk
Het Lewis-onderzoek heeft een aantal sterke methodische punten:
- Grote populatie: 107.000 patiënten — vele malen groter dan de meeste klinische cohortstudies.
- Database-gebaseerd: geen self-selection van patiënten die vrijwillig terugkomen voor follow-up (vergelijk het 36%-follow-up-verlies van Wiepjes).
- Gecorrigeerd voor demografie: niet alleen ruwe cijfers maar gestandaardiseerd vergelijken.
Aansluiting bij andere bevindingen
Lewis (2025) staat niet alleen. Nobili (2018) vond in een meta-analyse dat transgender volwassenen in behandeling een lagere kwaliteit van leven hebben dan de algemene bevolking, al wijzen sommige gegevens op verbetering na behandeling (bron). Ruuska (2026) documenteerde Finse data met dezelfde uitkomst. de Blok (2021) documenteerde verhoogde mortaliteit bij mannen op oestrogeen. Deze studies, met verschillende methodieken, laten zien dat psychische problemen na transitie lang niet altijd verdwijnen.
Voor Nederland
De grootste Nederlandse genderkliniek (Amsterdam UMC) baseert haar voorlichting nog steeds op de claim dat medische transitie psychisch welzijn verbetert. De Lewis-data — uit een van de grootste populaties tot dusver — maken dat die claim niet zonder substantieel voorbehoud gedaan kan worden. Voor de Nederlandse zorgrichtlijn betekent dat: aanpassen of expliciet motiveren waarom internationaal bewijsmateriaal terzijde wordt geschoven.
Bronnen:
- Lewis, J. E. et al. "Examining gender-specific mental health risks after gender-affirming surgery: a national database study." The Journal of Sexual Medicine, 22(4), 2025, 645–651.
- Stats for Gender — overzicht. statsforgender.org
Transspijt








