wetenschap

1 januari 2026

Beyond Regret: grote studie van 957 detransitioners onthult vier profielen (2026)

Een studie van Kinnon MacKinnon en collega's (november 2025) onder 957 mensen die hun transitie stopten of terugdraaiden, onderscheidt vier groepen: van psychische klachten en een veranderde identiteit tot discriminatie en drempels in de zorg. Detransitie kan samengaan met spijt, maar ook met tevredenheid over eerdere beslissingen.

Beyond Regret: grote studie van 957 detransitioners onthult vier profielen (2026)

Twijfel je, heb je spijt, letsel of ben je aan het detransitioneren?

Neem vertrouwelijk contact op

In november 2025 publiceerden Kinnon MacKinnon en collega's de studie "A Latent Class Analysis of Interrupted Gender Transitions and Detransitions in the USA and Canada", gebaseerd op 957 mensen die hun transitie hadden gestopt, verschoven of teruggedraaid (bron). Het Franse onderzoeksproject Trans Youth Trajectories vatte de studie in januari 2026 samen onder de titel "Beyond Regret". De studie biedt het meest gedetailleerde beeld tot nu toe van wie detransitioneert en waarom.

Vier profielen

Het centrale inzicht van de studie is dat "detransitioneren" geen homogeen fenomeen is. Met een latente-klassenanalyse van de redenen die de 957 deelnemers (16 tot 74 jaar, 78,8% bij de geboorte meisje, uit de VS en Canada) opgaven, vonden de onderzoekers vier groepen (bron):

A. Psychische klachten en veranderde identiteit (316 mensen). Deze groep noemde vooral psychische gezondheid en een veranderd zelfbeeld als reden, en was vrij ontevreden over de behandeling. Slechts 14,6% identificeert zich nog als transgender of genderdivers. Dit is de groep die het meest zichtbaar is in het publieke debat.

B. Veranderde identiteit, tevreden over de behandeling (186 mensen). Deze groep detransitioneerde vooral omdat het zelfbeeld veranderde, maar was redelijk tevreden over de eerdere behandeling; 62,4% identificeert zich nog als transgender of genderdivers.

C. Discriminatie en relaties (182 mensen). Hier speelden discriminatie en druk uit de omgeving de grootste rol; 62,3% identificeert zich nog als transgender of genderdivers.

D. Discriminatie en drempels in de zorg (273 mensen). Deze groep stopte vooral door discriminatie en door moeite om zorg te krijgen; 95,3% identificeert zich nog als transgender of genderdivers.

In alle vier de groepen had 63 tot 66% een medische transitie ondergaan. Volgens de auteurs kan detransitie samengaan met spijt, maar ook met tevredenheid over eerdere beslissingen.

Klinische implicaties

De onderzoekers pleiten voor klinische praktijken die deze diversiteit erkennen. Iemand die stopt met hormonen vanwege financiële redenen heeft andere behoeften dan iemand die diep betreurt dat hij ooit begonnen is. De zorg dient beide te kunnen herkennen en bedienen.

Dit sluit aan bij het pleidooi in de Genspect-bijdrage van een clinicus: detransitioners worden te vaak afgewezen door de klinieken die hen eerder behandelden.

Relatie tot bestaande cijferdiscussie

De studie draagt ook bij aan het begrip van detransitie-percentages. Wanneer studies simpelweg tellen "hoeveel procent stopt met hormonen," meten ze een combinatie van profielen 1 t/m 4. Dat maakt de resultaten onvergelijkbaar met studies die alleen spijt meten. De MacKinnon-studie maakt dit explicieter dan eerder onderzoek.

Zie ook: de SEGM-analyse van transitiespijt en definitieproblemen en de Portugese literatuurreview (2025).


Bronnen: